Go to Naturalis.nl

Publication list

Koese, B.

AuthorsM. Reemer, J.G.M. Cuppen, G. van Dijk, B. Koese, O. Vorst
TitleDe brede geelgerande waterroofkever Dytiscus latissimus in Nederland
PublisherEIS-Nederland
PlaceLeiden
Year2008
Pages33
KeywordsDytiscus latissimus; brede geelgerande waterroofkever; Nederland; faunistiek; Habitatrichtlijn; verspreiding; bescherming
AbstractDe brede geelgerande waterroofkever Dytiscus latissimus is internationaal beschermd via de Habitatrichtlijn.
In Nederland was de soort sinds 1967 niet meer gevonden, totdat hij in 2005 werd herontdekt in
Zuidwest-Drenthe. Een verkennend onderzoek in het betreffende gebied in 2006 leerde dat de soort er in
minstens vier verschillende vennen voorkomt.
In 2006 en 2007 heeft EIS-Nederland in opdracht van het Ministerie van LNV een landelijk
vervolgonderzoek uitgevoerd naar de Nederlandse verspreiding van de brede geelgerande waterroofkever.
Tijdens een verkenningsronde in het voorjaar van 2007 zijn in de wijde omgeving van de bekende
vindplaatsen 36 vennen geselecteerd die op basis van hun morfologie en vegetatie mogelijk geschikt leken
voor de soort. In aanvulling hierop zijn 13 vennen geselecteerd op historische vindplaatsen elders in
Nederland.
De totale selectie van 49 vennen is onderzocht in de nazomer van 2007 en het voorjaar van 2008. In het
onderzoek is gewerkt met speciaal voor dit doel ontworpen fuiken, voorzien van kippenlever als lokaas.
Per ven werden steeds vijf fuiken uitgezet, die vijf dagen bleven staan en dagelijks werden gecontroleerd.
Alle in de fuiken gevangen 'grotere' waterkevers (> 8 mm) zijn genoteerd. Verder zijn de vegetatie en de
morfologische eigenschappen van de vennen beschreven en werden metingen verricht aan diverse fysischchemische
eigenschappen van het water.
In geen van de onderzochte vennen is de brede geelgerande waterroofkever aangetroffen. Wel zijn 27
andere soorten waterkevers in de fuiken terechtgekomen. Hieronder zijn verschillende soorten die nauw
verwant zijn aan Dytiscus latissimus en die qua formaat vergelijkbaar zijn. Zo werden 303 exemplaren van
Dytiscus lapponicus gevangen, 76 van D. marginalis en maar liefst 803 van Cybister lateralimarginalis. Dit geeft
aan dat de fuiken goed werken voor het vangen van grote waterroofkevers. In het verkennende onderzoek
in 2006 werd D. latissimus bovendien met dit valtype wel degelijk gevangen. De conclusie luidt dan ook dat
de brede geelgerande waterroofkever vermoedelijk in geen van de onderzochte vennen voorkomt.
De Nederlandse populatie van de brede geelgerande waterroofkever lijkt geheel beperkt te zijn tot de
omgeving van Uffelte en het Dwingelderveld in Zuidwest-Drenthe. In deze gebieden liggen nog vele
vennen die niet onderzocht zijn, maar die mogelijk wel geschikt zijn als biotoop voor deze waterkever.
Momenteel is niet duidelijk in welke vennen de soort nog meer voorkomt en hoe groot de populaties zijn.
Ook is niet duidelijk wat de biotoopeisen van de soort zijn. Om monitoring aan de soort te kunnen
uitvoeren en om de soort in Nederland effectief te kunnen beschermen, is beter onderzoek naar zijn
voorkomen in Zuidwest-Drenthe noodzakelijk. Ook is het nodig om de soort op te nemen in de
aanwijzingsbesluiten voor deze gebieden in het kader van Natura 2000.
Classification42.75
Document typebook
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/122767