Go to Naturalis.nl

Search results

Query: classification: "42.75"

AuthorsM. Reemer, P.H. van Hoof
TitleBeschermingsplan zadelsprinkhaan en kleine wrattenbijter in Gelderland
PublisherEuropean Invertebrate Survey - Nederland & Naturbalans
PlaceLeiden
Year2005
Pages72
KeywordsNederland; Verspreiding; Biologie; Biotopen; Bescherming
AbstractBeschermingsplan zadelsprinkhaan en kleine wrattenbijter in Gelderland
Gelderland is een zeer belangrijke provincie voor de Nederlandse sprinkhanenfauna. Voor de zadelsprinkhaan Ephippiger ephippiger en de kleine wrattenbijter Gampsocleis glabra herbergt Gelderland zelfs een groot deel van de Noordwest-Europese populaties. De achteruitgang van deze soorten was aanleiding om de status van de populaties van deze sprinkhaansoorten in Gelderland te onderzoeken. Aan de hand hiervan is een beschermingsplan opgesteld om verdere achteruitgang te voorkomen. De zadelsprinkhaan en de kleine wrattenbijter worden in dit rapport eerst besproken in inleidende, algemene soortbesprekingen. Hierin komen de verspreiding, de achteruitgang, de biologie, habitateisen en mogelijke maatregelen in het terreinbeheer aan bod. Het grootste deel van het rapport wordt ingenomen door de besprekingen per terrein. Hierin worden de vroegere en huidige status van de soort(en) in het gebied besproken, evenals de mogelijke maatregelen in inrichting en beheer van het gebied. De zadelsprinkhaan is sinds 1980 in 16 gebieden in Gelderland gevonden. Deze gebieden zijn in 2004 onderzocht en de soort bleek nog maar in 10 ervan voor te komen. De populaties zijn sterk van elkaar geïsoleerd. Per gebied wordt het voorkomen besproken en worden beschermingsmaatregelen voorgesteld. Hoogste prioriteit hebben de Ermelosche Heide, Groevenbeekse Heide, Mulderskop en Nationaal Park de Hoge Veluwe. In deze gebieden zijn maatregelen dringend noodzakelijk om verdere achteruitgang een halt toe te roepen. In de overige gebieden zijn de populaties minder bedreigd, maar ook daar dient bij het beheer rekening gehouden te worden met deze bijzondere soort. De kleine wrattenbijter heeft nog slechts één populatie in Nederland: de Oldebroekse Heide. Beleid en beheer ten gunste van deze soort zou zich met name moeten richten op het behoud van deze populatie. Maatregelen op grotere, provinciale schaal lijken op dit moment niet zinvol. De Oldebroekse Heide is militair oefenterrein en er wordt een cyclisch brandbeheer gevoerd. Het verdient aanbeveling om het voorkomen van de kleine wrattenbijter goed te blijven volgen en zijn reacties op het gevoerde beheer in de gaten te houden. In de discussie wordt een pleidooi gehouden voor het herstellen van verbindingen tussen de heideterreinen op de Veluwe. Deze terreinen zijn als gevolg van onder andere verbossing sterk van elkaar geïsoleerd geraakt. Voor structuurrijke heide is vaak soortenarm naaldbos in de plaats gekomen. Zich slecht verspreidende soorten als de zadelsprinkhaan lijden hieronder. Het verdient aanbeveling om te onderzoeken op welke plaatsen corridors hersteld kunnen worden tussen heideterreinen. Een versoepeling van de Boswet zou de mogelijkheden hiertoe vergroten.
Classification42.75
Document typebook
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/46563