Go to Naturalis.nl

Search results

Query: keyword: "Biotopen"

AuthorsR. de Bruyne, H. Wallbrink, A. Gmelig Meyling
TitleOngewervelde fauna van het Rijntakkengebied, met veldstudie in uiterwaarden rond Zaltbommel. deelrapport Mollusken (Mollusca)
PublisherEuropean Invertebrate Survey - Nederland
PlaceLeiden
Year2003
Series numberEIS2003-05
Pages55
KeywordsNederland; Verspreiding; Biotopen; Ecologie
AbstractOngewervelde fauna van het Rijntakkengebied, met veldstudie in uiterwaarden rond Zaltbommel
In 2001 en 2002 is in opdracht van Rijkswaterstaat, Directie Oost, door EIS-Nederland en stichting Anemoon een inventarisatie uitgevoerd naar het voorkomen van terrestrische mollusken (landslakken) in een vijftal uiterwaarden van de Waal nabij Zaltbommel. Het betreft locaties aan de oostkant (noord- en zuid-oever) en de westkant (zuid-oever) in de Breemwaard, Gamerensche waard, Heesseltsche waard, Hurwenensche waard en Rijswaard. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de indicatorwaarde van ongewervelden in de uiterwaarden. Naast het onderzoek naar mollusken, zijn in dezelfde periode inventarisaties uitgevoerd gericht op loopkevers, sprinkhanen, libellen, bijen, wespen, zweefvliegen en spinnen. Er is voornamelijk gekeken naar landbewonende mollusken (Gastropoda, Pulmonata). Zoetwatermollusken (Gastropoda, Bivalvia) werden alleen bij de inventarisaties betrokken wanneer ze levend werden aangetroffen in dezelfde biotoop (met name in bodemmonsters). Van de 91 soorten landmollusken die na 1980 in Nederland waargenomen zijn er 54 in het Rijntakkengebied waargenomen. Opvallend is dat 13 van de 54 uit het Rijntakkengebied tijdens het veldwerk bij Zaltbommel als nieuw voor de Rijntakken werden gevonden. Dit laat zien dat de terristrische fauna van de Rijntakken slechts matig onderzocht is. Met zo’n 59% van de Nederlandse soorten zijn landmollusken in het Rijntakkengebied goed vertegenwoordigt. Slechts vier soorten terrestrische mollusken blijken een voorkeur te hebben voor het Rijntakkengebied. Het gaat hierbij om drie soorten die vooral voorkomen op ruwe harde substraten (meestal decennia-oude knotwilgen) en om slechts één soort van lage vegetaties. Deze soort, oever-lookslak Pseudotrichia rubiginosa, komt vooral voor in modderige plekken in graslanden of bossen en is in Nederland bijna geheel beperkt tot uiterwaarden. In de uiterwaarden bij Zaltbommel werden 41 soorten terrestrische mollusken aangetroffen wat een aanzienlijk percentage (76%) van de uit het Rijntakkengebied bekende molluskenfauna is. Het gaat hierbij grotendeels om in Nederland algemene en wijdt verbreide soorten. De soortenrijkdom en soortsamenstelling laat per uiterwaard geen duidelijke verschillend zien. Wel zijn er enkele soorten waarvan de presentie per uiterwaard sterk verschilt. Opvallend is dat 19 van de 41 soorten in minder dan 2% van de locaties werd aangetroffen. Veel soorten hebben dus een zeer beperkte verspreiding binnen de uiterwaarden. Er is geen verband gevonden tussen de diversiteit en de de q-mean (maat voor de overstromingsintensiteit) en de gemiddelde hoogte (maat voor de overstromingsduur en frequentie). Relatief veel soorten zijn aangetroffen op een zeer beperkt aantal locaties. Mogelijk komt dit doordat de invloed van de rivier ervoor zorgt dat geschikt biotoop jaarlijks op deels andere plekken aanwezig is waardoor relatief veel biotoop onbenut blijft.
Classification42.73
Document typebook
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/46410