Go to Naturalis.nl

Search results

Query: keyword: "Biotopen"

AuthorsJ.T. Smit, M. Reemer, B. Aukema
TitleVerspreiding en fenologie van de wants Nysius huttoni in Nederland (Heteroptera: Lygaeidae)
PublisherEuropean Invertebrate Survey - Nederland
PlaceLeiden
Year2007
Pages44
KeywordsNederland; Verspreiding; Exoot; Uitbreiding; Ecologie; Biologie; Biotopen
AbstractVerspreiding en fenologie van de wants Nysius huttoni in Nederland (Heteroptera: Lygaeidae)
In opdracht van de Plantenziektenkundige Dienst heeft EIS-Nederland van 14 april tot en met 26 oktober 2006 een onderzoek uitgevoerd naar de verspreiding en populatiekarakteristieken van de wants Nysius huttoni White. Deze soort komt oorspronkelijk voor in Nieuw-Zeeland en is in 2002 voor het eerst in Nederland en België waargenomen. Vermoedelijk is hij via de haven van Antwerpen in Europa terechtgekomen. In Nieuw-Zeeland staat de soort bekend als een schadeverwekker bij tarwe en koolzaad. De Engelse naam is ‘the New Zealand wheat bug’, oftewel de Nieuw-Zeelandse tarwewants. De wantsen voeden zich met de sappen uit de tarwezaden, waarbij een enzym wordt afgescheiden dat in de plant aanwezig blijft. Bij verwerking van de tarwe tot deeg breekt het enzym de gluten af, waardoor het deeg slap en plakkerig wordt en het brood slecht van kwaliteit. Het in Nederland, en deels in België, uitgevoerde onderzoek had tot doel het verspreidingsgebied in kaart te brengen, evenals het beschrijven van de populatiekarakteristieken en eventuele schade aan landbouwgewassen. Het onderzoek bestond uit een inventarisatie en een monitoring van enkele grote populaties. Nysius huttoni komt verspreid over het zuidwestelijke deel van Nederland voor, waarbij de grenzen zich op dit moment bevinden in het zuiden van Zuid-Holland en westelijk Noord-Brabant. Waterwegen zoals de Westerschelde en Oosterschelde vormen klaarblijkelijk geen barrière voor Nysius huttoni om zich te verspreiden, naar alle waarschijnlijkheid wordt deze afstand vliegend overbrugd. Nysius huttoni is niet kritisch met betrekking tot zijn biotoop. De soort komt op allerlei ruderale, vrij droge terreintjes voor, waarbij de enige voorwaarde de aanwezigheid van zogenaamde topkapselmossen lijkt te zijn, waartussen de dieren schuilen en overwinteren. Zowel aan de rand van het huidige verspreidingsgebied als ver daarbuiten is nog een grote hoeveelheid geschikte biotoop aanwezig voor Nysius huttoni. Gedurende de gehele periode zijn er volwassen individuen van Nysius huttoni aangetroffen in het veld. De eerste nimfen zijn pas op de tweede monitoringsronde aangetroffen, dit geeft aan dat deze soort net als in Nieuw-Zeeland overwintert als adult. Tijdens de monitoring zijn er in twee verschillende perioden weke exemplaren aangetroffen, dit zijn dieren die vlak voor het moment van bemonsteren zijn verveld van het 5e nimfenstadium tot volwassen individu. Deze twee perioden, gecombineerd met het gegeven dat de soort als adult overwintert, duiden er op dat er minimaal twee generaties per jaar zijn. Gemiddeld was het aandeel macroptere exemplaren op de monitoringslocaties 25%. Dit zijn de dieren met volledig ontwikkelde vleugels die verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van de soort over grotere afstanden. Het is gebleken dat de temperatuur van invloed is op de activiteit van de dieren, zoals ook in de literatuur vermeld wordt. Tijdens dit onderzoek kon geen schade vastgesteld worden aan landbouwgewassen. Er is geen enkel exemplaar gevonden op enig gewas of landbouwperceel. Er is ook geen schade vastgesteld aan andere planten op plekken waar Nysius huttoni aanwezig was. Zelfs na een lange periode van warmte en droogte kon geen schade vastgesteld worden. Er zijn tijdens dit onderzoek geen potentiële parasieten van Nysius huttoni waargenomen. Ook konden in de literatuur geen potentiële parasieten worden gevonden. Er wordt alleen vermeld dat de in Nieuw-Zeeland geïntroduceerde spreeuw als predator van N. huttoni optreedt. Gezien het feit dat Nysius huttoni pas sinds 2002 in Nederland en België is waargenomen, er voldoende geschikte biotoop aanwezig is, waterwegen geen belemmering vormen voor verdere verspreiding en een kwart van de populaties in staat is zich te verspreiden, valt te verwachten dat deze soort zich over grote delen van Nederland kan verspreiden.
Classification42.75
Document typebook
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/46557