Go to Naturalis.nl

Search results

Query: keyword: "Verspreiding"

AuthorsM. Reemer, R.F.M. Krekels
TitleBeschermingsplan blauwvleugelsprinkhaan in Gelderland
PublisherEIS-Nederland
PlaceLeiden
Year2008
Pages116
KeywordsSprinkhanen; blauwvleugelsprinkhaan; Oedipoda caerulescens; bescherming; verspreiding; Gelderland
AbstractGelderland en sprinkhanen
De Provincie Gelderland is belangrijk voor de Nederlandse
sprinkhanenfauna: van de 18 soorten van de Rode Lijst zijn er 15 uit
deze provincie bekend. De Provincie Gelderland is zich bewust van de
verantwoordelijkheid die zij heeft voor de Nederlandse sprinkhanenfauna.
Dit blijkt uit ondermeer de beschermingsplannen die in de
afgelopen jaren zijn opgesteld voor zadelsprinkhaan en de kleine
wrattenbijter, moerassprinkhaan en de zompsprinkhaan en
wrattenbijter.
Deze sprinkhaansoorten zijn samen met de veldkrekel en de
blauwvleugelsprinkhaan de meest bedreigde sprinkhaansoorten van
Gelderland. De veldkrekel draait vanaf 2007 mee in het
‘leefgebiedenbeleid’ van het Ministerie van LNV en EIS zal in dat kader
een voorstel doen voor een beschermingsplan waar deze soort van
profiteert. De blauwvleugelsprinkhaan staat echter niet op de
soortenlijst voor de leefgebiedenplannen en valt dus buiten de boot.
Het voorliggende beschermingsplan poogt de verdere achteruitgang van
de blauwvleugelsprinkhaan in Gelderland te stoppen en het voortbestaan
van de populaties te waarborgen. Hiertoe zijn de actuele
populaties nader onderzocht en worden handvaten geboden voor
concrete uitvoeringsmaatregelen.
De blauwvleugelsprinkhaan
De blauwvleugelsprinkhaan (Oedipoda caerulescens) is een vrij
grote, meestal grijze veldsprinkhaan met donkere banden over
voorvleugels, achterpoten en achterlijf. De soort is sterk
warmteminnend en komt voor op open terreinen met grote stukken
onbegroeide, zandige bodem, zoals in half vastgelegde duingebieden,
randzones van stuifzanden en op kale grond tussen struikheidevegetaties.
Plaatselijk wordt de soort ook op kapvlakten en spoorwegemplacementen
gevonden. In heide- en stuifzandgebieden lijkt de soort
een voorkeur te hebben voor plekken met enige beschutting,
bijvoorbeeld inhammen in bosranden of kleinere heideveldjes omsloten
door bos.
Vrouwtjes leggen eieren in onbegroeide, onbeschaduwde zandbodem,
bijvoorbeeld op kale zandplekjes tussen korstmos. Het voedsel bestaat
uit diverse kruiden, grassen zijn van geringer belang (dit in tegenstelling
tot andere soorten als bruine sprinkhaan en knopsprietje die juist
overwegend grassen eten).
Bedreiging en beheer
De voornaamste bedreiging voor de blauwvleugelsprinkhaan is de
afname van het areaal aan heide en stuifzand. Daarnaast is de
dynamiek in dergelijke terreinen afgenomen en hebben vergrassing,
verbossing en vermossing een ongunstige invloed. Beheer dat is gericht
op het behoud van de blauwvleugelsprinkhaan zal zich op die zaken
moeten concentreren.
EIS & BUREAU NATUURBALANS - LIMES DIVERGENS BV Blauwvleugelsprinkhaan in Gelderland
5
Beperkte verspreiding en weinig dieren in Gelderland
In de periode 1980-2006 is de blauwvleugelsprinkhaan in 23
gebieden in Gelderland gevonden. In 2007 zijn deze 23 gebieden (en
één extra gebied) onderzocht en de blauwvleugelsprinkhaan is in 7
gebieden teruggevonden.
In de meeste gevallen betrof het tevens een gering aantal dieren per
gebied. Het is mogelijk dat de soort in sommige gebieden over het
hoofd is gezien. In het verleden is namelijk ook al gebleken dat het
aantal individuele blauwvleugelsprinkhanen beperkt is op binnenlandse
heideterreinen. In duingebieden en langs spoorlijnen in Limburg blijken
de dichtheden hoger te zijn. Mogelijk zijn nog onontdekte populaties
voorhanden, op kleine, beschutte en nog niet onderzochte
heideterreintjes. Toch lijkt het er op dat de soort uit veel Gelderse
gebieden verdwenen is.
Maatregelen
De uit te voeren maatregelen zijn per deelgebied aangegeven. Met
name het creëren van open zand is van belang voor duurzaam behoud.
De geleidelijke overgangen van heide naar bos kunnen zorgen voor de
gewenste kruidachtige vegetaties die de blauwvleugelsprinkhaan ten
goede komen.
Verbinden
De kleine heideterreinen verliezen door natuurlijke successie alle hun
pioniersituatie en daarmee ook de blauwvleugelsprinkhaan. In grotere
terreinen met voldoende dynamiek zullen de sprinkhanen elders een
geschikt plekje kunnen vinden. Het is dan ook van belang om de
verschillende heideterreinen met elkaar te verbinden. Uitwisseling en
herkolonisatie kan dan optreden. In het voorliggende rapport zijn daar
vele voorbeelden voor gegeven.
Prioritering
De prioritering voor de uitvoering van maatregelen is gebaseerd op
de aan- of afwezigheid van blauwvleugelsprinkhanen, urgent gewenst
beheer en de kansrijkdom voor ontwikkeling van het gewenste biotoop.
Tevens is aangegeven of het gebied aansluiting kan vinden bij de
kerngebieden en verbindingszones zoals voorgesteld in het rapport
VELUWSE HEIDE VERBONDEN. Enkele populaties missen die
aansluiting en zouden bij gebiedsinrichtingen op basis van dat rapport
buiten de boot vallen.
Classification42.75
Document typebook
Download paper0_72_dpi.pdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/122822