Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:508214

AuthorHans Peter Nooteboom
TitleRevision of the Symplocaceae of the Old World. New Caledonia excepted
JournalLeiden Botanical Series
Volume1
Year1975
Issue1
Pages3-335
ISSN0169-8508
AbstractHet huidige verspreidingsgebied van Symplocos, het enige geslacht van de familie, is Oost Azië (Mandsjoerije en Japan tot Oost Australië en enige eilanden in de West Pacific) en in de Nieuwe Wereld. Dit verspreidingsgebied wordt aangevuld met de verspreiding van fossielen uit het Eoceen, Oligoceen, Mioceen en Plioceen van Europa en uit het Plioceen van Japan. De structuur van deze fossielen (voornamelijk vruchtstenen) komt sterk overeen met die van recente soorten. Drie pliocene soorten uit Japan zijn zelfs synonym met recente soorten.
In ca 80% van de Aziatisch-Maleise en in al de Amerikaanse soorten zijn zaad en embryo recht, in de overige soorten zijn zij één of tweemaal gebogen. Aangenomen wordt dat een recht zaad primitief is. De zaden van het ondergeslacht Symplocos zijn alle recht. Het is opmerkelijk dat alle fossiele vruchten uit Europa een recht zaad hebben bezeten, doch de drie fossiele soorten uit Japan, die synonym zijn met recente soorten, bezaten gebogen zaden. Het is de moeite van het vermelden waard dat de 20% Aziatische soorten met een gebogen zaad, wat het aantal individuen betreft veruit in de meerderheid zijn vergeleken bij de overige soorten. Het is een kenmerk dat zich kennelijk verspreidt in enorme aantallen individuen.
Het geslacht Symplocos wordt onderverdeeld in twee ondergeslachten. Het ondergeslacht Hopea heeft een verspreiding over het grootste aantal breedtegraden; in Azië wordt het gevonden tot in de gematigde streken (45°—46° N.B.), in Amerika tot 37° N.B. Het ondergeslacht Symplocos is beperkt tot de tropische zone van beide halfronden.
Uit dit verspreidingsgebied blijkt de hoge ouderdom van het geslacht. De verspreiding van het geheel tot de tropen beperkte ondergeslacht Symplocos (en waarschijnlijk ook van Hopea) heeft hoogstwaarschijnlijk plaats gehad in een tijd waarin Noord Amerika nog aan Europa vastzat en in het zuiden van dit gebied een tropisch of warm subtropisch klimaat heerste.
Een onderzoek is gedaan op het gebied van de palynologie (285 collecties van 40 soorten van de oude wereld en 38 niet in de revisie betrokken soorten van de nieuwe wereld), gevolgd door een discussie van de toepassing van de pollenkenmerken voor het onderscheiden van de soorten. In goed af te grenzen en weinig variabele soorten komt gewoonlijk slechts één pollentype voor. In variabele, moeilijk af te grenzen soorten worden gewoonlijk meerdere pollentypes gevonden. Soms zijn deze kenmerkend voor infraspecifieke taxa.
Verder zijn van een aantal soorten de chromosomen geteld, en is een opsomming gegeven van deze en van door anderen gedane tellingen. Het basis getal blijkt 11 te zijn. Alle soorten van het ondergeslacht Hopea die geteld zijn waren diploid. Van het ondergeslacht Symplocos is slechts één soort geteld, deze was oktoploid.
Een samenvatting is gegeven van de phytochemie, de anatomie, het kiemen der zaailingen, en een overzicht van de morphologische kenmerken en hun bruikbaarheid voor de taxonomie.
Vele van deze gegevens zijn gebruikt om een inzicht te krijgen in de verwantschap van de Symplocaceae binnen de Angiospermen. De conclusie is dat de Symplocaceae niet tot de Ebenales behoren, zij tonen meer verwantschap met de Cornaceae en mogelijk ook met de Theaceae.
In het taxonomische deel worden 111 soorten onderscheiden, 21 daarvan zijn nieuw. Het is niet mogelijk gebleken een verdere onderverdeling te geven van de ondergeslachten. Binnen het ondergeslacht Hopea vormen de soorten een vrij massief blok. Hun verwantschappen zijn hoogstwaarschijnlijk netvormig. Eén soort is met vele andere soorten nauw verwant zonder dat een hiërarchie is te onderscheiden.
Verscheidene soorten zijn uitermate variabel. Dit heeft geleid tot een sterke reductie in namen (Het totaal aantal soortsnamen onder de genusnaam Symplocos dat geevalueerd is bedraagt ca 600). De structuur van de variabiliteit wordt zo goed mogelijk tot uitdrukking gebracht door het onderscheiden van ondersoorten en variëteiten.
Verschillende tabellen zijn gemaakt voor het determineren van de soorten. Naast een algemene tabel worden voor het ondergeslacht Hopea ook tabellen gegeven voor een groot aantal verspreidingsgebieden. Aangezien de tabellen zijn gemaakt met behulp van een computer kon er meer dan gewoonlijk rekening gehouden worden met de variabiliteit. Toch zal het niet mogelijk zijn alle collecties te determineren. Daarvoor is de variabiliteit te groot. Als oorzaak van deze variabiliteit kan gedacht worden aan hybridisatie. Aanwijzingen hiervoor worden gevonden in het pollen.
Getracht is een volledig overzicht van de synonymie van elke soort te geven en een uitvoerige beschrijving. Voor de infraspecifieke taxa worden determineertabellen gegeven.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/551091