Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:526644

AuthorsR. Schuckard, J. Mennema, J.J. den Held, H. Uppelschoten
TitleKorte mededelingen
JournalGorteria : tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland
Volume7
Year1975
Issue11
Pages181-183
ISSN0017-2294
AbstractEichhornia crassipes (Mart.) Solms in Heemstede gevonden. Op de Floristenvergadering van 3 januari 1974 werden twee vondsten van ontsnapte aquariumplanten gemeld: Pistia stratiotes L. in de Krimpenerwaard door A. J. Quené-Boterenbrood en J. Mennema (zie ook Gorteria 7, 1974, p. 28-29) en Eichhornia crassipes bij Voorschoten door Prof. Dr. V. Westhoff. De laatste vondst intrigeerde mij in hoge mate, want als ingezetene van Voorschoten voel je je onder je duiven geschoten, wanneer je in je eigen woonplaats een leuke vondst wordt „afgesnoept”. De nadere aanduiding van de vindplaats door Prof. Westhoff „in een slootje bij de kerk” was voldoende om bij de gemeentelijke plantsoenendienst navraag te doen, maar dit leverde niets op. Daar Prof. Westhoff de waterhyacint niet zelf had gevonden, duurde het enige tijd alvorens bleek, dat E. crassipes niet in Voorschoten, maar in Heemstede was aangetroffen. De vinder, de heer A. W. M. Höcker, berichtte mij onlangs, dat de soort van juli tot oktober 1973 was te vinden in de Glippervaart, die uitmondt in de Ringvaart van de Haarlemmermeer en wel in het doodlopende gedeelte langs de Kadijk te Heemstede. In begin september – dezelfde maand, waarin vele tientallen exemplaren van Pistia werden gevonden – bereikte het aantal individuen het hoogtepunt; daarna stierven de planten langzaam af. Nadien is Eichhornia, die oorspronkelijk inheems is in tropisch Amerika, doch die in alle tropen der wereld is binnengedrongen, aldaar niet meer aangetroffen.
De vindplaats Voorschoten, vermeld in Gorteria 7, 1974, p. 16, dient dus te worden gewijzigd in Heemstede. Dit betreft zeer waarschijnlijk de eerste vondst van dit aquariumadventief in Nederland. Een eerdere vondst in het Naardermeer, vermeld in De Levende Natuur 22, 1917, p. 159, moet volgens Jac. P. Thijsse worden toegeschreven aan het feit, dat „een van de bezoekers van het Meer ongetwijfeld heeft getracht die bloem daar te importeren, om te kijken, wat ze doen zou”. De planten te Heemstede zouden volgens de heer Hoeker afkomstig kunnen zijn van een bekend arrangeur van bloemententoonstellingen, die aan de Kadijk te Heemstede woonachtig is.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/567057