Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:526691

AuthorsHans J.D. Kruijer, Chris Buter, Cris Hesse, Ben O. van Zanten
TitleBoomvormig vertakte haarmossen in Nederland: een (her)ontdekking die vooral vragen oproept
JournalGorteria : tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland
Volume32
Year2006
Issue3
Pages65-90
ISSN0017-2294
AbstractSinds 2000 zijn in Nederland 9 populaties van Polytrichum commune Hedw. s.l. ontdekt waarin planten voorkomen waarvan de rechtopstaande stengels opvallend sterk, en vaak boomvormig, vertakt zijn. De planten van het Mastbosch (Noord-Brabant) behoren tot P. commune s. str., die van de andere populaties tot P. perigoniale Michx. Vanwege de ingewikkelde systematiek van het P. commune-complex en de hierdoor onstane onduidelijkheden omtrent de identiteit van de soorten in dit complex, is het nodig om in artikelen en rapporten waarin dit complex of zijn soorten worden behandeld, altijd een referentie te geven naar de gebruikte determinatiewerken. Voor dit artikel is het materiaal op naam gebracht met behulp van Schoepe’s bewerking van de Polytrichaceae.10 De 9 populaties bevinden zich op en aan de rand van de pleistocene zandgronden: 8 in Noord-Brabant en 1 op de noordoever van het Zuidlaardermeer (Groningen). Hoewel de populaties voorkomen op verschillende bodems (zand, lemig zand, veen), zijn de standplaatsen verder opvallend identiek: vochtige groeiplaatsen die bij overvloedige neerslag tijdelijk voor korte of langere tijd geïnundeerd kunnen raken door stagnerend regenwater of een mengsel van regenwater en oppervlaktewater. De meeste Brabantse groeiplaatsen zijn ontstaan in het kader van natuurherstel- en natuurherinrichtingsprojecten.
De boomvormig vertakte planten van Polytrichum commune s.l. kunnen tot de 5e orde zijn vertakt.
Het aantal takken varieert gewoonlijk van 2 tot 14, en bij uitzondering tot 25. Het vertakkingssysteem van zulke boomvormig vertakte planten lijkt te bestaan uit opeenvolgende, dichotome vertakkingen met internoden van variabele lengte, waardoor de afzonderlijke dichotomieën op variabele afstand van elkaar staan. De internoden zijn echter soms zo kort, dat de opeenvolgende dichotomieën niet of nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Anatomisch onderzoek laat zien, dat iedere dichotomie ontstaat door opsplitsing van de hoofdas. Het onderliggend ontogenetisch proces is echter nog onbekend en verdient nadere studie.
De boomvormig vertakte planten komen goed overeen met de oorspronkelijke beschrijving van Polytrichum commune var. fastigiatum Wilson. Deze variëteit wordt in geen enkele moderne Europese mosflora genoemd, enerzijds omdat de boomvormig vertakte vorm van Polytrichum commune s.l. in de loop van de 20e eeuw in West-Europa zo zeldzaam is geworden, dat de variëteit daardoor uit het zicht is geraakt, anderzijds omdat deze vorm steeds meer gezien werd als een afwijkende groeivorm.
De plotse toename van boomvormig vertakte planten in Nederland is daarom opvallend. Wellicht hangt dit samen met de recente toename in neerslag in combinatie met ander watermanagement en een toename van het aantal natuurherstelprojecten, maar dit dient nader te worden onderzocht.
Er is op dit moment geen noodzaak om de boomvormig vertakte vorm van Polytrichum commune s.l. een aparte taxonomische status te geven of om hiervoor de variëteit P. commune var. fastigiatum weer in actief gebruik te nemen, ondermeer omdat boomvormig vertakte vormen in zowel P. commune als in P. perigoniale voorkomen. Zekerheid over de taxonomische status is echter alleen te verkrijgen door moleculair onderzoek.
Since 2000, 9 Dutch populations of Polytrichum commune Hedw. s.l. have been discovered in which plants with remarkably densely branched aerial shoots, often having a dendroid appearance, grow intermingled with plants with simple or forked aerial shoots with a single dichotomy. The plants of one population (Mastbosch, Province of Noord-Brabant) proved to belong to P. commune s. str., the plants of the other populations to P. perigoniale Michx. Because of the confusion around the P. commune-complex and its complicated systematics, the authors stress the necessity to always give a reference to the identification works used in studies on species and entities of this complex. For this study, Schoepe’s treatment of the Polytrichaceae for Die Moose Baden-Württembergs was used for the identifications.10 All but one of the populations are located in the Province of Noord-Brabant, one is located in the Province of Groningen on the north bank of the Zuidlaardermeer. The populations in NoordBrabant are located on sandy sediments of Pleistocene origin, while the soil of the Zuidlaardermeer’s north bank probably originates from eroded sediment of Pleistocene origin. The habitats in which the populations occur are remarkably similar. Although the populations were observed to grow on different soil types (sand, loamy sand, or peat), they are all located on moist sites with periodic inundation usually resulting from precipitation. While one population is located in a ditch, all the other ones are located on low flat banks of fens or lakes. Most sites in Brabant were formed by nature restoration projects.
The plants with densely branched dendroid aerial shoots may be ramified with branches up the 5th order. The number of branches usually varies from 2 to 14, and rarely up to 25. The ramification of the densely branched dendroid aerial shoots seems to be formed by repeated dichotomous ramification with internodes of various length, which can be so short that they are hardly discernable.
Anatomical studies indicate, that each dichotomy originates from the splitting of the main axis, but the underlying ontogeny of the splitting process is unknown and needs further study.
The plants with densely branched dendroid aerial shoots match the original description of Polytrichum commune var. fastigiatum Wilson perfectly. Nowadays none of the recent West European Moss Floras deal with this variety, however. It seems, that in the course of the 20th century, the branched form of Polytrichum commune s.l. has become very rare in western Europe, which might be why it got out of view or became neglected as an incidentally altered form of growth. The recent sudden increase in the number of observations of the densely branched dendroid plants of P. commune in the Netherlands is remarkable. It might be correlated with the recent increase in precipitation, especially in winter, combined with another system of water management and an increase in the number of nature restoration projects. This hypothesis needs further study too.
There is currently no need to give the dendroid form of Polytrichum commune s.l. a separate taxonomic status or to reintroduce P. commune var. fastigiatum, partly because dendroid forms occur in both P. commune and P. perigoniale. Recent total evidence studies, however, indicate that only molecular studies, preferably performed in combination with morphological studies, can give true insight in the phylogenetic and thus taxonomic information of morphological features. Hence, the taxonomic status of the dendroid form needs further study too.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/567102