Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:526715

AuthorJohn Bruinsma
TitleWaterplanten in poelen langs de Tongelreep bij de Achelse Kluis
JournalGorteria : tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland
Volume32
Year2007
Issue4/5
Pages111-123
ISSN0017-2294
AbstractIn 1989 zijn zeer voedselrijke landbouwgronden in het dal van de Tongelreep in eigendom overgegaan naar Staatsbosbeheer. Na een periode waarin zonder bemesting nog landbouwgewassen werden verbouwd, zijn de gronden na 1995 braak gelegd en in begrazing genomen, de Tongelreep is vergraven tot een beek met kronkels en er zijn enige poelen gegraven. Een deel van deze poelen is uitgerasterd, maar het raster is al lang stuk. Andere poelen zijn altijd toegankelijk geweest voor het vee. De eerste jaren stonden er geen waterplanten, later wel. Hieronder zijn algemene soorten van zeer voedselrijk water. Andere, waaronder de kranswieren Nitella translucens, N. capillaris, de uiterst zeldzame N. gracilis, en de vaatplanten Callitriche brutia, Eleocharis acicularis, Elatine hexandra, Hottonia palustris, Lemna trisulca, Lythrum portula Potamogeton berchtoldii, P. obtusifolius, P. polygonifolius, Ranunculus aquatilis var. aquatilis, Scirpus sylvaticus en Veronica scutellata zijn landelijk of lokaal minder algemeen. Ze indiceren minder voedselrijk, minder hard water. Het voorkomen van deze soorten is waarschijnlijk het gevolg van de instroom van voedselarme kwel uit de hoger gelegen heide. Over de herkomst van deze soorten valt slechts te speculeren. We doen de suggestie dat toegankelijkheid voor het vee en de constante aanvoer van schoon (kwel-)water samen een ‘permanente pioniersituatie’ veroorzaken, waarin ook notoire pioniers als de kranswieren, zo’n tien jaar na de aanleg van de poelen nog steeds voorkomen.
The Tongelreep is a lowland stream flowing through a sandy, flat low-lying area. In part of its floodplain where the stream had been regulated, just north of the Belgian-Dutch border (47° 58’ 41” N, 3° 18’ 56” E), its course was modified to create a series of meanders and the opportunity was taken to convert some resulting abandoned sections into pools. The valley was under intense agriculture until 1989 when it was purchased by the Staatsbosbeheer, the governmental organisation responsible for managing the natural heritage of the Netherlands. Agricultural use continued until 1995 but without fertiliser application, in an attempt to reduce soil fertility. In 1995 new meanders and pools were dug and cattle was introduced. For a few years, the pools supported no aquatic vegetation; subsequently they were colonised by plants typical of nutrient rich water, as well as some vascular plants and charophytes typical of less nutrient rich and less alkaline water: Callitriche brutia, Eleocharis acicularis, Elatine hexandra, Hottonia palustris, Lemna trisulca, Lythrum portula, Nitella translucens, N. capillaris, N. gracilis, Potamogeton berchtoldii, P. obtusifolius, P. polygonifolius, Ranunculus aquatilis var. aquatilis, Scirpus sylvaticus and Veronica scutellata. Some of these species are locally or nationally rare, while Nitella gracilis is extremely rare. It is likely that these species are able to tolerate the conditions in these pools because the water is at least partially derived from seepage from the adjacent heath which is at a slightly higher elevation. It is also likely that poaching by cattle, combined with this constant inflow of clean water, maintains the pools in an early successional stage in which even such characteristic pioneer species as charophytes are still present some ten years after the construction of the pools.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/567126