Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:527341

AuthorGer Londo
TitleUitbreiding van Corydalis solida (L.) Clairv. (Vingerhelmbloem) in een wegberm in de Gelderse Vallei
JournalGorteria : tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland
Volume37
Year2015
Issue2
Pages41-47
ISSN0017-2294
AbstractIn 1996 werd Vingerhelmbloem (Corydalis solida (L.) Clairv.) aangetroffen in een beschaduwde wegberm in de Gelderse Vallei, een gebied met van oorsprong voedselarme en kalkarme zandgronden waar de soort van nature niet voorkwam. Door voedselverrijking is in de berm een geschikt milieu voor Vingerhelmbloem ontstaan. Van 1997 tot en met 2013 werd de verbreiding van de soort om de vier jaar vastgelegd. In die tijd nam het aantal bloeiende planten toe van 141 tot 1770.
Bij de zaadverspreiding spelen mieren een belangrijke rol. Uit onderzoek bleek dat mieren zaden van Vingerhelmbloem en van de nauw verwante Holwortel (C. cava (L.) Schweigg. & Körte) over afstanden tot 3 m (en waarschijnlijk nog verder, tot ruim 4 m) kunnen verplaatsen. Zaailingen van beide soorten komen op zijn vroegst pas in het derde of vierde levensjaar (dit is 4 of 5 jaar na uitzaai) voor het eerst in bloei. Het duurt dus enkele jaren voordat een zaailing op zijn beurt als zadenbron voor verdere verspreiding kan fungeren. Naast myrmecochorie kan ook antropochorie belangrijk zijn geweest voor de uitbreiding van Vingerhelmbloem in de berm. De eerste vestiging aldaar is zeer waarschijnlijk via antropochorie gebeurd.
In 1996 Corydalis solida (L.) Clairv. was found in a shaded roadside in the Guelder Valley, an area in the centre of The Netherlands. Originally the species did not occur in this area with sand soils poor in nutrients and poor in lime. By eutrophication a suitable habitat for C. solida originated. From 1997 up to and including 2013 the distribution of the species was recorded every four years. In this period the number of flowering plants increased from 141 to 1770. Myrmecochory is important for the spreading of C. solida. It came out that ants can spread seeds of C. solida and of the closely related C. cava (L.) Schweigg. & Körte over distances up to 3 m (and possibly further up to ample 4 m). Seedlings of both species can flower for the first time after minimal 3 or 4 years (that is 4 or 5 years after sowing). So some years are needed before a seedling can act as a seed source for further spreading. Besides myrmecochory also anthropochory can have been important for the spreading of C. solida in the roadside. Probably the first establishment there has happened by anthropochory.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/567739