Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:527665

AuthorsWout Holverda, René C.M.J. van Moorsel, Leni H. Duistermaat
TitleNieuwe vondsten van zeldzame planten in 2005, 2006 en ten dele 2007
JournalGorteria : tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland
Volume34
Year2009
Issue1/2
Pages1-40
ISSN0017-2294
AbstractOp 27 april 2007 overleed onze dierbare collega en NHN-staflid Ruud van der Meijden, sinds vele jaren auteur van de ‘Lijst van zeldzame planten’. Zijn plaats bij het samenstellen van deze publicatie zal worden ingenomen door degene die ook zijn werk aan de Heukels’ Flora van Nederland zal voortzetten, Leni Duistermaat. Overigens bespeuren de bewerkers van de lijst een steeds grotere onbalans tussen vondsten die stoelen op herbariummateriaal (en meldingskaartjes) en digitaal aangeleverde bestanden. Dit heeft verregaande consequenties voor wat betreft de controleerbaarheid en voor de actualiteit. Bovendien constateren de auteurs dat er in toenemende mate belangstelling is ontstaan voor geürbaniseerde tuinplanten. De aanvoerroutes, tuincentra, inzaai en aanplant ter verfraaiing, zijn echter verre van onopzettelijk te noemen. De auteurs stellen zich op het standpunt te proberen de lijst zoveel mogelijk te beperken tot wilde soorten of hoogstens tot urbane soorten die zich in het buitengebied hebben weten te vestigen of taxa die door hun invasieve karakter tot een pest kunnen uitgroeien. Voorbeelden van (tuin)soorten die niet meer vermeld zullen worden zijn: Agastache foeniculum, Alcea rosea, Briza maxima, Carex pendula, Chrysanthemum multicaule, Coreopsis rosea, Euphorbia dulcis, Gaultheria shallon, Helleborus lividus subsp. corsicus, Helianthus cucumerifolius, Ipheion uniflorum en Lavatera thuringiaca.
Als spontane adventieven werden Callitriche terrestris, Grindelia cf. squarrosa, Paspalum dilatatum, Sideritis romana, Solanum carolinense, Tragus racemosa en Euphorbia prostrata gevonden.
Als waarschijnlijk bestendige, maar uitgezaaide nieuwkomers konden we Pimpinella peregrina en Chaerophyllum aureum (Gouden ribzaad) begroeten. De eerste vindplaats van Artemisia verlotiorum is door bouwactiviteiten helaas alweer verdwenen. Lelie-cultures bleken een bron voor Sida-soorten (S. cordifolia, S. rhombifolia en S. spinosa). Van de echt indigene taxa verdienen Apium repens (Kruipend moerasscherm), Filago arvensis (Akkerviltkruid) op de Hoge Veluwe en Galium sylvaticum (Boswalstro) in het Gooi zeker vermelding. De water- dan wel moerasplanten Lagarosiphon major, Aldrovanda vesiculosa en Ludwigia peploides zullen zich mogelijk handhaven.
Met de tweede vondst, na de Kwade Hoek (Goeree) nu op Griend, lijkt Inula crithmoides, zich goed in ons land thuis te voelen. Bovendien werd eindelijk het bestaan van Carex davalliana (Veenzegge) in ons land door materiaal bevestigd. Niet bij Groningen, maar in de Kathager Beemden in Limburg.
On the 27th of April 2007 our beloved colleague and inspiring NHN-staff member Ruud van der Meijden, fellow author of the ‘List of rare plants’ since many years, passed away. Leni Duistermaat, who will also continue Ruud’s work on the Heukels’ Flora, agreed to take his place. We became aware that there is a growing misbalance between old fashioned herbarium sheets and digital records and databases. It takes months to make all these different databases comparable with Florbase, our overall database. As a result of this delay the most important function of the List – letting people know what’s new within a relatively short period of time! – is gradually decreasing, so we often wonder whether this List formula is the most adequate medium in this internet-dominated period of time. Another matter is how to cope best with the ongoing hunger for urbanized garden escapes. In 1984 we stated that species introduced as seed for oil production, or to feed birds or as fruit for human consumption were no longer regarded as adventitious and thus were no longer mentioned in the List. Species used and sold here for ornamental purposes by garden centres are – in our view – to be excluded from the ‘wild flower’ list presented below.
The only exceptions we intend to make are when there are signs that the species is moving from urban to a more ‘rural’ environment or when a former unknown (ornamental) species develops into a plague threatening the local flora. Obvious garden escapes which shall not be mentioned again are: Agastache foeniculum, Alcea rosea, Briza maxima, Carex pendula, Chrysanthemum multicaule, Coreopsis rosea, Euphorbia dulcis, Gaultheria shallon, Helleborus lividus subsp. corsicus, Helianthus cucumerifolius, Ipheion uniflorum, and Lavatera thuringiaca. Less suspect are Callitriche terrestris, Grindelia cf. squarrosa, Paspalum dilatatum, Sideritis romana, Tragus racemosa, Solanum carolinense, and Euphorbia prostrata. The newcomers Pimpinella peregrina and Chaerophyllum aureum, found in large amounts, appeared to be purposely introduced.
Unfortunately the first location of Artemisia verlotiorum was destructed already, due to building activities. Careful study of Lily-fields resulted in several Sida- species (S. cordifolia, S. rhombifolia and S. spinosa). Some very rare – or even probably extinct – indigenous taxa were (re) discovered: Apium repens, Filago arvensis (Hoge Veluwe), and Galium sylvaticum (het Gooi).
Time will tell whether the aquatics Lagarosiphon major, Aldrovanda vesiculosa and Ludwigia peploides are here to stay. Inula crithmoides, after being found earlier near Kwade Hoek (Goeree) reached the island of Griend in the Wadden Sea. Carex davalliana, it was mentioned in literature long ago for the Province of Groningen, was discovered in the Kathager Beemden in Limburg; a wish becoming true at last.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/568057