Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:527738

AuthorHerre Stegenga
TitleVeranderingen in de zeewierflora van Zuidwest-Nederland: verschil in vestiging en verspreidingspatroon tussen inheemse Europese soorten en exoten
JournalGorteria : tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland
Volume31
Year2005
Issue3/4
Pages57-66
ISSN0017-2294
AbstractDe zeewierflora van Zuidwest-Nederland verkeert wat betreft soortenrijkdom en soortensamenstelling in een fase van snelle verandering. Sedert 1991 is het aantal vastzittend gevonden soorten met 44 vermeerderd, een toename van het bekende soortental met meer dan 20%. Hiervan worden er 12 als exoten beschouwd, de overige soorten zijn autochtoon Europees. Het aandeel van exotische introducties is hiermee hoger dan langs veel andere delen van de Europese kust en ze dragen daarom in belangrijke mate bij aan de sterke stijging van het aantal soorten dat sinds 1983 is waargenomen. Een nadere analyse van locale (i.e. Zuidwest-Nederlandse) verspreidingspatronen van de nieuw-gevonden soorten laat zien dat: 1. Exoten zijn vaak zich snel uitbreidende soorten; ze worden kort na de introductie op verscheidene locaties gevonden, terwijl autochtone Europese soorten zich langzamer uitbreiden of beperkt blijven tot een beperkt gebied. Als ‘autochtone’ introducties zich wel snel verspreiden, kan dat een aanwijzing zijn dat we te maken hebben met een zogenaamde ‘cryptische soort’ – een alg die sterk lijkt op een Europese soort, maar met een licht verschillend genotype en met andere eisen aan het milieu. 2. Alle exotische introducties zijn tot nog toe gevonden in het sublittoraal en in de sublittorale zoom van tamelijk beschutte locaties; de nieuwe vestigingen van Europese autochtone soorten vinden deels ook plaats in het eulittoraal en op meer aan golfslag geëxponeerde plekken. 3. Na hun aanvankelijke introductie worden exoten meestal bestendig door de volgende jaren heen gevonden, vaker dan hun autochtone tegenhangers. Dit bevestigt het idee dat de zuidelijke Noordzee geen geschikt milieu is voor veel Europees Atlantische (stenotherme) zeewieren.
The seaweed flora of the South West Netherlands appears to be in a process of rapid change as far as species richness and composition is concerned. Since 1991, 44 species have locally been found attached for the first time, an increase of more than 20 % in the known species number. Of these, 12 are regarded as exotics, the remainder being autochthonous European Atlantic species.
The percentage of exotic introductions thus appears to be (much) higher than in most parts of the western European coast, and they account for most of the observed steeper increase in species richness since 1983. An analysis of local patterns of distribution of all additions shows that: 1. Exotics are regularly fast-spreading organisms, soon after their introduction they are found in several localities, whereas the introduced ‘European’ species more often remain restricted to a small area, or are spreading more slowly. Exceptions to this pattern may indicate ‘cryptic’ introductions - species closely related to autochthonous European taxa, but with [slightly] different genotypes and different environmental/physiological requirements. 58 Gorteria 31 (2005) 2. Exotic introductions are so far restricted to the subtidal zone and sublittoral fringe of rather sheltered localities; ‘new’ autochthonous European species occupy in part higher levels in the tidal zone and on average they occur in more exposed localities. 3. Exotics, after their introduction, are found more consistently through the years than their autochthonous counterparts. This confirms the idea that the southern North Sea may not be a suitable habitat for many European Atlantic (stenothermic) seaweeds.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/568129