Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:527817

AuthorsRuud van der Meijden, Wout J. Holverda
TitleRevisie van het NHN-herbariummateriaal van Carex lepidocarpa Tausch (Schubzegge) en Carex flava L. (Gele zegge) in Nederland
JournalGorteria : tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland
Volume31
Year2006
Issue6
Pages129-136
ISSN0017-2294
AbstractDe recente studie van M.Hedrén (Lund, Zweden) van de Carex flava-groep in Scandinavië en Finland toonde aan dat op moleculair niveau vier soorten goed te onderscheiden zijn: C. flava, C. lepidocarpa, C. demissa (= C. oederi subsp. oedocarpa) en C. oederi (= C. oederi subsp. oederi).
Door de moleculaire resultaten te koppelen aan de morfologische eigenschappen van de planten kon worden aangetoond dat de vier taxa sterker bleken te overlappen in de urntjes-kenmerken dan werd aangenomen, terwijl andere kenmerken (tongetje, gesteeldheid en lengte mannelijke aar) een grotere betekenis hebben voor de identificatie van de planten. Onze herbariumstudie maakt duidelijk dat C. lepidocarpa nog voorkomt op twee van de drie vroegere vindplaatsen, dat de vindplaats in de Betuwe uitsluitend de hybride C. flava × lepidocarpa betreft, en dat deze hybride vroeger ook in het Bunderbos en bij Hoensbroek is gezien. Van C. flava komen drie vindplaatsen voor in Zuid-Limburg, en twee in het westelijke rivierengebied; de vindplaatsen in Flevoland en de Lauwersmeer zijn zeker nieuwe vestigingen.
The recent study of M. Hedrén (Lund, Sweden) of the Carex flava group in Fennoscandia proved that the 4 species C. flava, C. lepidocarpa, C. demissa (= C. oederi subsp. oedocarpa) en C. oederi (= C. oederi subsp. oederi) are well separated at molecular level. By linking the molecular characters to the morphological ones, it could be demonstrated that the traditional utrical and beak size characters show more overlap than hitherto assumed, whereas other morphological characters (ligule, pedicel length of the male spike) are more important for identification of the plants. Our herbarium study shows that C. lepidocarpa is still present on two of its former three localities and that there is one locality in the ‘Betuwe’ where only the hybrid C. flava × lepidocarpa occurs; in the nineteenth century and the early twentieth century, the hybrid was also found in two places in southern Limburg. Carex flava occurs presently at three localities in southern Limburg, at two in the western riverine area, and at two localities in the central and northern part of the country which represent certainly new and recent establishments.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/568206